06/07/2010

JOOP en BERNARD

UIT NRC/NEXT:

Joop en Bernard

Oud-Tourwinnaar Joop Zoetemelk liep na een lange dag van handen schudden eindelijk alleen door nachtelijk Rotterdam. Zoetemelk met dat verlegen regionale hoofd door de grote stad. Als een diapositief van de wereldberoemde foto van James Dean die in de regen in New York over straat loopt.
Een held in de anonimiteit.
Joop Zoetemelk liep in de Aert van Nesstraat zijn hotel binnen. Het was druk in de lobby. Er stond een rij mensen voor de balie. Gelukkig, Joop was al ingecheckt.
In zijn wielerbestaan opende hij alle hotelkamerdeuren met sleutels met een zware klos eraan. In Rotterdam heeft hij een modern pasje gekregen. Joop trok het kaartje uit zijn broekzak en haalde het door de sleuf. Geen piepje, geen groen lampje. Niks. Nog eens proberen. Weer niks. Joop besloot terug te gaan naar de lobby.
Net gearriveerde Tourvolgers met koffers stonden in de rij. Na wat heen en weer gedreutel, haalde Joop diep adem. Hij stapte aan de rij voorbij.
Tegen de hotelbediende: ‘Mijn kaart doet het niet.’
Een druk op de computer. “U bent meneer Zoetemelk? Ogenblikje. Ik loop zo met u mee.” Er was niet zomaar een nieuw pasje. En zelfs met allerlei moderne apparatuur wilde de deur niet open.
Joop: “Op een gegeven moment werd ik zó boos. Ik zeg: en nou wil ik godverdomme mijn kamer in.”
Het duurde meer als een uur voor het vermoeide lijf van Zoetemelk tussen de lakens schoof.
Een scheldende Joop. Dat hadden we niet voor mogelijk gehouden. Joop was: pfffff.
Niets is wat het lijkt.
Eerder in de week mocht ik met zeven man een rondje fietsen met Zoetemelk en Bernard Hinault, samen goed voor zes eindoverwinningen in de Tour de France.
We vertrokken vanuit het centrum. We reden mijn vertrouwde rondje Rotte. Het was onwezenlijk om ‘á gauche!’ en ‘paaltje!’ tegen Hinault te schreeuwen. Na een uurtje reed ik met Zoetemelk achter de Fransman. Hinault had zijn benen geschoren. Ik telde moedervlekken op de witte huid.
Onderweg kregen alle vrouwen op een fiets een flirterig knikje. Dit was de beroemde Breton die de strenge baas was in het peloton. Vroeger sloeg het opgewonden standje mensen op hun bek. Nu was hij een pedaleur de charme.
Niets is wat het lijkt.
“Bernard is een andere kerel geworden”, zei Joop terwijl we terugreden. “Hij fietst weer sinds twee jaar en is niet meer zo boos als vroeger. Hij is rustiger geworden.”
Er doemde een helling van niks op. “Joop en Bernard op kop”, riep iemand. Daar gingen ze. Joop in zijn originele gele trui en op zijn oranjerode stalen Raleighfiets van 1980. “Heb ik teruggekregen van een fan. Er zat zo’n laag stof op. Ik kreeg die droge oude banden er bijna niet af. Hij rijdt nog prima. Zie je Bernard, die rijdt nog steeds net zo’n zwaar verzet als vroeger.”
Gisterenmiddag glipte de Tour uit mijn handen. Ik stond even voorbij de Erasmusbrug langs de kant. Voor het peloton uit reed een gepoetste volgauto voorbij. Ik herkende Hinault. Hij zat met een leesbril op in een krant gedoken. Achterin keek Zoetemelk naar de gekte buiten. Ik schreeuwde. Ze zagen me niet. Het was voorbij.
Zij naar Brussel. Ik naar huis.