20/10/2010

NAT

Uit NRC/Next:

De herinneringen aan het wielerseizoen werden langzaam weggewassen door de regen in de Ronde van de Vallende Bladeren. Nog een paar uur koers en het dikke boek met pagina’s over de stramme Armstrong, het motortje van Cancellara en de biefstuk met clenbuterolsaus van Contador kon dicht. Een Zwitserse renner reed alleen vooruit in de streek Lombardije. Hij ging niet winnen. Dat wist hij zelf ook. Zeker een minuut hield hij zijn tong gestrekt buiten zijn mond waarmee hij als een vermoeide wolf de regendruppels opving. Zo zijn wielrenners een dag lang met hun huishouden in de weer; eten, drinken en warm blijven. Bauke Mollema ontsnapte uit de kopgroep. De Groningse coureur heeft een kop die gemaakt is voor slecht weer. De scherpe neus doorkliefde de wind en filterde ondertussen de naar binnengezogen koude lucht. De Belgen vergeleken zijn aangezicht met dat van Briek Schotte, de onverzettelijke Vlaamse fietsheld. Koplampen van de langzaam rijdende volgauto’s beschenen de rennersbenen. Het tegenlicht gaf de onherkenbare coureurs een gouden randje om het lijf. In dit romantische decor kon Paul Verhoeven aan het werk met zijn vorige week aangekondigde film noir. Sterker nog, de regisseur leek al live begonnen. Miles Davis blies een lange frase op zijn gestopte trompet tijdens de gevaarlijke afdaling van de Sormano terwijl actrice Jeanne Moreau in het dal met haar hakken over het glimmende asfalt trippelde. De koplopers reden een tunnel in. Ik was ze kwijt. Daar kwamen ze nooit meer uit. Ze stonden vast lekker droog en warmden hun handen aan het gloeiende sprokkelhout in een olievat. Jeanne Moreau kwam erbij staan. Ze masseerde met haar vingers de nek van Mollema die van genot als een verzopen kat het spuug uit zijn mondhoeken liet lopen. Hoeveel melancholie kon een wielerklassieker oproepen? Bestond er een andere sport die zo openlijk haar hardheid toonde? Het parcours rond het Comomeer deed in niets meer denken aan het zomerse oord waar George Clooney in een witte ochtendjas vanaf zijn terras olievette espresso aan zijn lippen zette. Als je naar de televisie keek, dacht je: het zal altijd blijven regenen in Italië en de renners zullen in het halfdonker de eindstreep nooit vinden. De visuele kracht van de wielersport is een ijzersterk wapen tegen opwaaiende dopingdossiers. Terwijl onderzoekers binnen door hun microscopen tuurden naar afwijkend bloed en pis, wonnen de renners zieltjes door hard te werken in deze regenkoers. Schuilen komt niet voor in het wielerwoordenboek. Het schemerde al toen het vermoeide gezicht van winnaar Philippe Gilbert op het podium werd vastgedrukt door twee zoenende Italiaanse rondemissen. Ik moest denken aan een scène uit een documentaire over Chet Baker. De trompettist zit stoned op de achterbank van een open wagen. Op beide schouders ligt een mooie vrouw. Hun blonde haar wappert in het gezicht van Chet. Terwijl de heroïne een vertrouwd rondje maakt door zijn aderen, geniet hij met de ogen dicht van zijn schijnwereld. De titel van de documentaire is Let’s get lost. Dat waren precies de troostende woorden die ik zaterdagmiddag had moeten schreeuwen naar de zeiknatte renners. Niet naar huis, niet naar de controle, niet naar de finish. ‘Kom, laten we lekker verdwalen’.