26/05/2009

Hoog. Voet. Shoot.

Uit NRC NEXT

Soms, als zonnestralen je ogen doen tranen en het kaakje heel blijft nadat je het één keer in de thee hebt gedoopt, weet je: dit is een ideale hockeydag.
Bloemendaal en Amsterdams streden gisteren om de landstitel. De beslissingwedstrijd werd gespeeld op Het Kopje van Bloemendaal. Om het veld heen groeiden bomen die ik normaliter alleen zag in een arboretum. Achter volgepakte tribunes zag ik bonte koeien grazen in het land.
De tv-commentator versterkte de vredelievende sfeer rond een hockeyveld. Hij memoreerde dat Bloemendaal de ‘wildste’ supporters van de hoofdklasse had; iemand ontstak na de wedstrijd wel eens een rookbommetje. En er lagen gladde feestsnippers op het veld. Als de heren hockeyers daar maar niet over zouden uitglijden.
Hockey doet er op tv alleen toe bij de play-offs. Dan zie je een hele wedstrijd live en hoor je die korte uitroepen waar wijlen Cornelis Bastiaan Vaandrager wel raad mee had geweten voor een puntig gedicht:
Hoog. Voet. Shoot.
Gerrit Komrij zou deze readymade meteen opnemen in zijn eerstvolgende bloemlezing. Ik viel met mijn neus in de boter. In één minuut tijd hoorde ik twee ‘voeten’. Voet van Kessing. Voet van Boerma. Ik zat buiten op mijn terras en had de tv naar me toegedraaid. Ik mocht niet gestoord worden. Nog nooit keek ik zo geconcentreerd naar een hockeyduel.
Teun de Nooijer en Jamie Dwyer gingen aan de zijkant van het veld een pas de deux aan met elkaar, ze deden er een pirouette achteraan en de bal bleef aan hun sticks kleven. De scheidsrechter was ook niet van het ordinaire slag en liep rond met een air dat je vermoedde dat ook hij verslaafd was aan moderne dans.
Tegenover de charme van de bewegingen van de jongens van Bloemendaal stond de vierkante kaaklijn van Amsterdamse kerels als Floris Evers en Taeke Taekema. Het is dat hockey op kunstgras wordt gespeeld anders zag ik hun sticks dwars door molshopen rammen.
Ik heb ooit de stick van Taeke Taekema beetgehouden. Een moordwapen. Eén tik met de bolle kant en je ligt onder de zoden. Taekema was gisteren niet fortuinlijk met zijn sleeppush. Uiteindelijk won Bloemendaal in de eerste verlenging.
Terwijl in voetbalstadions diepe grachten moeten voorkomen dat het publiek het veld opkomt, denderden in Bloemendaal duizenden fans de mat op. Op de achtergrond liepen een paar mannen in pak met een grote v op hun revers, waarschijnlijk de langste jongens van een uitzendbureau voor studenten. Ze hoefden niets te doen. Gevaar bestond niet in Bloemendaal.
Ik zag jongetjes in tegenlicht op de schouder van hun lopende vader zitten. Teun de Nooijer nam plaats op de plank in de goal en deelde handtekeningen uit. Meisjes juichten met twee armen omhoog. Het leek de jaren ’50 wel.
De eerste hockeyende mensen zijn in Athene gevonden op een marmeren reliëf uit 500 voor Christus. Je ziet twee mannen staan met een kromme rug, sticks in de aanslag, bal in het midden. Het publiek staat er kalm bij te kijken. Er is in al die eeuwen niets veranderd aan de sport die hockey heet.
Wellicht ten overvloede: er deden zich rond het kampioenschap van Bloemendaal geen ongeregeldheden voor.