27/12/2009

TYPISCH BOB

Uit NRC/Next:

Gelukkig, hij was weer uit zijn hol gekropen. De loner onder de schaatsers. De zware wenkbrauwen hingen vertrouwd boven de ogen die nooit prijsgeven wat er in zijn hoofd speelt. Je tuurt tevergeefs diep in de iris. Wie is dit palindroom op schaatsen?
Bob de Jong weet het zelf vermoedelijk ook niet. Coaches, sponsors, collega-schaatsers en journalisten kijken hem na met een vraagteken op hun voorhoofd. “Bob is Bob”, zeggen ze in koor.
Als er iemand Bob is, is het Bob de Jong wel. Bob. Simpele naam, één keelklank en je bent uitgesproken. Bob. Een grote vent en een klein kind in één.
Aan de start van de 5.000 meter tegen rivaal Carl Verheijen stampte Bob gisterenmiddag met zijn schaats op het ijs. Hij zakte in de starthouding. Au, zijn rug.
Vooraf had Bob geklaagd over zijn fysieke toestand. Zijn begeleider was met “acupunctuur en manuele fysio” in de weer geweest. De therapeut kon prikken met naalden en hun handen botvieren op zijn spieren, uiteindelijk moest hij het toch allemaal zelf doen, wist de schaatser.
“Met de adrenaline erbij moet het kunnen”, had Bob gezegd. Adrenaline. Bob zat er vol mee, zag ik. Had zich vast in de kleedkamer opgesloten met een valse pitbull of een nacht doorgebracht met een serial killer. Even adrenaline kweken. Typisch Bob.
Vanaf de eerste ronde van de tweestrijd – het ging om een startbewijs voor de Olympische Spelen – schreeuwden TVM-schaatsers langs de ijsbaan hun teammaat Verheijen naar voren. Hij reed goed, maar aan alles kon je zien; Bob zou hoe dan ook harder rijden en deze wedstrijd gaan winnen.
En hij deed het. Na de finish ging Bobs mond open voor een onhoorbare schreeuw. Hij trok het hoofdkapje af en wroette in zijn lange haar dat als een krullenmat in zijn nek lag. Hij trok iets los. Kregen we aan het einde van het jaar, na de bekentenis van André Agassi, nóg een pruikverhaal?
Nadat hij het linkerpootje van zijn sportbril tussen zijn kiezen had vermalen, ging Bob met de pijnlijke rug op de luchtkussens liggen. Helemaal op. Zijn benen lagen wagenwijd open. Een beavershot. De cameraman speurde naar een overwinningserectie.
Bob de Jong ging voor de vierde keer naar de Olympische Spelen. In een interview liet hij zich ontvallen dat hij een geheim had om Sven Kramer te verslaan in Vancouver. Nee, hij ging niet vertellen wat het was.
Bij TVM piekeren ze zich suf. Wat gaat Bob uitvreten? Laat hij een lange baard staan die hij vlak voor zijn gouden race bevriest tot een aerodynamisch punt? Gaat hij de hele nacht trompet spelen onder het raam van de slaapkamer van Sven Kramer?
Intussen is Bob geplaatst en moet Verheijen Vancouver nog maar zien te halen. Bob trok een lange neus naar alle chique schaatsploegen met hun grote budgetten en technische expertise. Bob doet het allemaal nagenoeg in zijn eentje. De rest kan de hik krijgen.
Het lange afstandsnummer is zijn grootste vriend en vijand. Bob sprak naderhand over de 5000 meter in de derde persoonsvorm: “Ik pakte hem meteen fel op”. Zoals een judoka de kracht van zijn tegenstander gebruikt.
De verder zo lieve Bob de Jong kent tijdens het schaatsen geen genade, niet voor tegenstanders, ook niet zichzelf. Dat tekent de topsporter in optima forma. Hij is hard, gek, eenzaam en compromisloos.