28/10/2009

schweinsteiger!

UIT NRC/NEXT:

Daar zit ik dan, voor het eerst van mijn leven op de tribune van een wedstrijd in de Bundesliga. Om mij heen zoeken tienduizenden Duitsers hun plaats in de Allianz Arena, het ovalen stadion in München waar FC Bayern de thuiswedstrijden speelt.
De stadionspeaker heeft een draadloze microfoon. Hij loopt over een ronde vlag die de hele middencirkel bestrijkt. Na een woordenbrij zakt hij op de plek van de middenstip door de knieën, eindigend als een popzanger: “…FC Bayern!!!’’ Het publiek juicht. Het elftal komt het veld op voor de warming-up.
De opstelling van de spelers van Bayern München wordt aan het publiek bekend gemaakt. Dat ken ik van de Duitse televisie. De speaker zegt de voornaam, wij moeten de achternaam roepen.
“Met nummer 21, Philipp…”
In stilte denk ik aan: Lahm. “Lahm!” schreeuwt het publiek, dat nu ook is gaan staan.
“Met nummer 28, Holger…?” Holger? Ken ik niet. Zijn achternaam verschijnt op het grote scherm dat aan de overkapping hangt. Badstuber. Ik moet denken aan een schoonmaker van een openbaar toilet. Badstuber, met flesje bleek en wc-borstel.
“Met 23, Danijel…”. Hé, die weet ik: Pranjic. Die naam bekt niet lekker. Sla ik over.
Op de trap loopt iemand met vier broodjes witte worst voorbij. Dit is de Bundesliga, De Jong, geneer je niet. Je Duits is hopeloos maar een naam schreeuwen, dat kan iedereen.
“Met 31, Bastian… “Ssschweinnn-sssteigerrr!” roep ik, iets voor de beat. Wat een bevrijding. Eén met de Duitse toeschouwers. Schweinsteiger. Klinkt als een klok. Onmiskenbaar Duits. Twee keer een s, twee keer een ei, dat doet het. Ik wil het nog wel een paar keer roepen.
Schweinsteiger. Een wagen van het merk Schweinsteiger rijdt moeiteloos zonder sneeuwkettingen de gladde wegen in het Schwarzwald op. Schweinsteiger op je bord en je scheurt het vlees – stevige bite, van binnen een tikje rosé – met je tanden van het bot.
De middenvelder Anatoliy Tymoshchuck laat ik aan me voorbijgaan. Het is een naam voor een schrijver van cryptische literatuur. Goed voor op de rug van een boek, hopeloos in een Duits stadion. Onmiddellijk verkopen, die jongen.
“Mark… “ Ik roep mee met het publiek: Van Bommel. Rolt niet lekker over de tong. Het komt eruit als een hoestje. Haartje in de keel. Als laatste komt de coach aan de beurt. Van Gaal. Ik heb problemen met de uitspraak van de g.
Dieptepunt in de wedstrijd is de wissel van Luca Toni voor Martin Demichelis. Het publiek probeert de achternaam niet eens. Zielig voor de invaller.
Een uur na de wedstrijd loop ik over de parkeerplaats onder het stadion. Er staat één grote Audi. Eromheen lopen kinderen met hun ouders. Flitsen uit fototoestellen. Mark van Bommel komt met zijn lange gestalte boven iedereen uit. Het hoofd is voorovergebogen. Hij heeft een shirt van Bayern beet.
Van Bommel. Het mag dan niet lekker schreeuwen, maar het is dé naam voor een handtekening. Bommel. Sneller dan het geluid van de viltstift. Na de grote b kun je de rest van de letters in de vorm van een serpentine lekker afraffelen.
Het volk wandelt na de 2-1 winst tevreden naar het centrum van München. Ik ook. Ik weet niet waar het te koop is, maar ik heb onbedaarlijke trek in een goed geprepareerde Schweinsteiger.