26/02/2016

VERHUISDOZEN

 

Een klasje kinderen stond te kijken naar een plaquette op een muurtje in de Bloklandstraat. Hun juf had een puzzeltocht uitgezet in Het Oude Noorden van Rotterdam.
Twee meisjes probeerden de tekst onder de plaquette te ontcijferen.
‘Dit is het Muurtje van Coen Moulijn,’ hielp ik. ‘Coen woonde op nummer 14. Hier leerde hij voetballen. Op straat.’
De kinderen keken me aan. ‘Coen Moulijn?’
Ze holden alweer door naar een volgende opdracht.
Ik bleef nog even hangen bij het muurtje, met nieuwe stenen opgebouwd als ‘hommage aan het straatvoetbal’. Zelf zocht ik ook antwoord op een puzzel: hoe komt het huidige Feyenoord uit de malaise?
De clubleiding was al met een oplossing gekomen: het inhuren van oud-bondscoach Dick Advocaat. Hij moest trainer Giovanni van Bronckhorst gaan bijstaan.
Vlak voor het thuisduel tegen Roda hadden Feyenoordsupporters ondanks alle ellende er toch weer een grap uit weten te persen. Ze kwamen met lege dozen naar het stadion, bedoeld om de clubleiding in te verhuizen. Het liep uit op een potje knokken met de ME. De kartonnen dozen bleven platgetrapt achter.
Dick Advocaat zat op de tribune, in zijn rug gedekt door een reclamebord. Hij had een grote knoop in zijn wintersjaal waar je – in geval van schaamte– met je hele hoofd achter kon verdwijnen.
Op het gezicht van Advocaat zag ik in de eerste helft hoop, vervolgens ergernis, heel even plezier (bij het doelpunt van Dirk Kuijt) en daarna berusting. Je maakt van een middenklasauto niet zomaar een snelle bolide.
Het getoonde spel was pover. Veilig geschuif met een bal. Er werd niet aan voetbal gedacht, alleen aan het behalen van drie punten.
In het veld stonden zes verdedigers, vier aanvallers en een keeper. Zo zag het spel van Feyenoord er ook uit: op het middenveld ontbraken voetballers, er stonden alleen mannetjesputters.
De harde wind was de baas over de bal, niet de voeten van de Feyenoorders.
In de tweede helft zakte het peil naar een bedenkelijk niveau. Vrouwen en kinderen eerst. Na het gelijke spel liep de Kuip leeg. De teleurgestelde fans hadden geen puf meer om verhuisdozen te vullen met falende bestuurders.
Mijn bedevaart naar het Muurtje van Moulijn had slechts één punt opgeleverd. Dat was te weinig. En van het ‘Advocaat-effect’ was ook nog niet veel te merken.
Op de plek waar Moulijn vroeger op het veld met fenomenale schijnbewegingen en snelheid zijn tegenstanders passeerde, deed Eljero Elia zijn best om als een straatvoetballer te spelen. Hij speelde bij vlagen aardig.
Het ontbreekt het elftal van Feyenoord aan exceptionele kwaliteit. Niemand van de selectie verdient een eremuurtje. Hooguit een stapel dozen.
Maar op karton kun je niet bouwen.