16/11/2011

Troost

 

Tijdens het Lezersfeest in de Rotterdamse Centrale Bibliotheek liep ik landschapsarchitect Adriaan Geuze tegen het lijf. Als een handelsreiziger reist hij met zijn ontwerpen de hele wereld over. Met succes verzint hij plekken waar mensen kunnen dromen.
Geuze werd – staand tussen de boekenkasten – door een bezoeker aangesproken op het Schouwburgplein, dat hij revitaliseerde. In het buitenland, China bijvoorbeeld, likken ze hun vingers af bij het ontwerp van het Schouwburgplein.
Het werkt vaak verhelderend als zaken van een afstand bekeken worden.
Out of the blue begon Adriaan Geuze over Johan Cruijff. Wat vond ik van zijn betrokkenheid bij het huidige Ajax?
“Ajax is een praatclub geworden”, begon ik, voorzichtig.
“Daar moet je maandag in de krant mee beginnen”, zei Geuze enthousiast.
Ik vertelde dat ik een half jaar geleden aan Cruijff had gevraagd hoe vaak hij eigenlijk in Nederland was. Cruijff kwam na enig rekenwerk uit op een totaal van twee maanden. Dat leek mij te weinig voor een vergadertijger bij Ajax.
Ik heb op deze plek al eerder geschreven dat ik aan mij water voel dat Cruijff binnen afzienbare tijd zijn handen van zijn club aftrekt. Cruijff en vergaderen; het beeld wil maar niet hechten op mijn netvlies. Cruijff is op zijn best als hij naar zichzelf kan luisteren, niet naar anderen.
Cruijff is iemand voor in de open lucht. Er hoort wind rond het hoofd van Cruijff. Als voetballer, als trainer, als vader, als echtgenoot. Ik word droevig bij de gedachte als Cruijff ergens achter een ruit zit en automatenkoffie drinkt.
Geuze is net als ik Rotterdammer. Hij vond dat wij een nuchtere blik konden hebben op de situatie rond Cruijff. Wij moesten Amsterdam vertellen waar de kwaliteit van Cruijff lag. Om vervolgens met een geheimzinnige glimlach over de beroemde Ajacied te zeggen: “Cruijff is troost.”
Drank is troostend, een lauwwarme moederborst ook, een hand op je schouder, eten op een bord. En muziek, vooral muziek. Ik kreeg de vinger maar niet achter de opmerking van Geuze. Cruijff was van alles: geniaal, lastig, aardig, onaangepast, boerenslim. Maar troost, was Cruijff een synoniem voor troost?
Ik dacht aan een andere grootheid in de sport. Aan Guus Hiddink. Hij heeft gefaald in zijn poging om Turkije naar het EK te loodsen. De trainer lag de afgelopen dagen onder vuur.
“Is uw carrière in verval?” vroeg een journalist.
De ogen van Hiddink schoten schichtig heen en weer achter zijn montuurloze brillenglazen. Maar diepe pijn deed het niet, daarvoor heeft Hiddink in het verleden teveel succes geboekt.
Het maakt mannen als Cruijff en Hiddink zo sterk. Ze kunnen tegen een stootje. Je wilt als club, als voetballer, als fan tegen ze aan schurken. Troost. Verdomd, zo was het. Ik begon de uitspraak van Geuze beter te begrijpen. Troost is een manier om pijn vergeten.
Cruijff is als icoon troostend, vooral als hij boven de partijen staat. Zoals de koningin kan hij op kaplaarzen lopen door een rampgebied (lees: de club Ajax); aanraakbaar en toch gedistingeerd.
Cruijff moet op afstand, vanuit Barcelona, zijn ongezouten mening geven, zonder een officiële functie bij Ajax te hebben. Precies zoals het de afgelopen jaren is geweest.
Gezocht: iemand die tegen Cruijff durft te zeggen: “Johan, jij bent onze troost.”