31/03/2009

OPENGEDRAAID

Op het journaal werd gemeld dat in vierduizend wereldsteden de lichten van belangrijke bouwwerken een uur uitgeschakeld zouden worden. Earth hour, heette het plan. Vóór het milieu, tegen de energieverspilling. In Nederland stonden zaterdagavond de Westertoren in Amsterdam en de Erasmusbrug in Rotterdam een uur in het donker.
De KNVB koos voor de arrogantie van de macht: de buitenkant van de Arena baadde in een zee van oranje licht. Op een voetbalstadion moet nu eenmaal het grootste licht gezet. De Arena zag er uit als een geland ruimteschip. De mensen in het stadion verbleven, leken aliëns met ongrijpbare tekst.
De kenners op de tribune waren het over één ding eens: het Nederlands elftal had een ‘opendraaiende speler’ nodig tegen Schotland. Oud-Oranjespits Pierre van Hooijdonk zei het nog iets specifieker: ‘We hebben iemand nodig die opengedraaid naar de voorwaartsen staat.’
De ideale opengedraaide speler voor het Nederlands elftal was volgens de kenners Wesley Sneijder. Hij zat in trainingspak te balen op de bank. Hoe was het toch mogelijk dat bondscoach Bert van Marwijk hem niet opstelde? Een leek kon zien dat de middenvelder van Madrid al maanden van boven tot onder opengedraaid stond.
Mario Been zat als analist in de studio onder de tribune. Hij vertelde dat ‘de ruimte tussen de linies lag’. Om in oorlogstermen te blijven; het Schotse elftal ging zich ingraven. Hij kreeg gelijk. Schotland
verdedigde met man en macht. Gelukkig stond spits Klaas-Jan Huntelaar op scherp en even later scoorde ook Robin van Persie: 2 – 0. Geen vuiltje aan de lucht.
In de pauze was er ondanks de tussenstand toch nog wel iets te wensen. Ik kreeg een herhaling te zien en zag hoe Arjen Robben een kans miste. ‘Hij komt in de bal,’ was het commentaar. Dat kon ik niet zien. Robben foeterde. De scheidsrechter zag het verkeerd, zijn medespelers begrepen hem niet. Hij speelde goed, vond ik. Robben was de gevaarlijkste aanvaller.
Achteraf vertelde Robben dat het in het begin niet lekker liep op het veld. ‘We konden de man tussen de linies niet vinden.’
In de 65ste minuut viel Sneijder in. Hij gaf het tikje aan Huntelaar die in het strafschopgebied onderuit werd gelopen. Penalty. 3 – 0 was de einduitslag.
Na de wedstrijd liep Sneijder onmiddellijk de trap af richting kleedkamer. Boos trok hij zijn shirt uit. Hoe kon Van Marwijk hem zo lang op de reservebank laten zitten? Hij kon als geen ander tussen de linies lopen. En Sneijder was de beste opengedraaide speler van de wereld.
Van Marwijk gooide na afloop olie op het vuur. Hij had gekozen voor Robben ten faveure van Sneijder. ‘Robben was de sleutel,’ zei de bondscoach.
Ja, zo maak je Sneijder heel boos; je zet de sleutel op het veld en laat iets wat al opengedraaid is op de bank. Dat zijn woordgrappen en daar kan Sneijder dus niets mee.
Van de zinnen van Jaap Stam werd ik ook niet veel wijzer. Met zijn puntige oren gaf hij als de dokter Spock van het voetbal, computergestuurd, zijn mening gaf over een speler: ‘De dingen die hij moet doen, doet hij gewoon.’ Het was de enige zin die ik begreep. Al kon ik, murw gebeukt door de nieuwe terminologie van het voetbal, de waarde ervan met geen mogelijkheid inschatten.