22/04/2010

Zin in verlies

Uit NRC/Next:

De kunst van het verliezen kent vele gedaanten. Je hebt de woedeaanval, het stilletjes met een pruillip voor je uitstaren en het hartverscheurende huilen. Verlies geeft vaak diepte aan het bestaan. Het snijdt door de ziel, doet een aanspraak op de weerbaarheid en plaatst eerdere winst in een juist perspectief.
Er is eigenlijk niets mis met verlies. Zelfs na het ergste verlies richt de mens zich veelal op. Hij vermant zich en zet weer een stap in de goede richting.
Afgelopen week kreeg het begrip verlies een nieuwe dimensie. Honderd hooligans stapten het trainingsveld van Feyenoord op om van spelers en coaches te eisen dat ze zouden verliezen van FC Twente. Met als uiteindelijk doel te verhinderen dat aartsrivaal Ajax kampioen kon worden.
De Feyenoordsupporters hadden, en dat was iets nieuws, ‘zin in verlies’.
Trainer Been zei zondagmiddag vlak voor de wedstrijd in Enschede dat de fans zich tijdens het absurde verzoek keurig hadden gedragen. Ik moest denken aan een dief die mijn hele huis leegrooft maar geen rommel heeft gemaakt en de deur netjes achter zich dicht heeft getrokken. Een keurige boef dus.
Feyenoord verloor met 2-0. Ze gaven de winst niet opzichtig cadeau, maar om nou te zeggen dat er gebikkeld werd voor een beter resultaat? Nee. Ik zag de wil om te winnen er niet aan af. De Feyenoorders trokken hun benen terug en het vertoonde spel was slap.
Bij de doelpunten van Twente juichten Rotterdamse supporters op de tribune. Het was een nieuw soort sado-masochisme: heerlijk, verliezen.
Er schijnt veel boosheid aangewakkerd te zijn door Ajax-fans die in aanloop naar de bekerfinale in De Kuip berichten verspreidden over een nieuw bombardement op Rotterdam. De Feyenoordhooligans zaten op de kast. Het bombardement erbij halen? Hoe durfden ze daar in 020?
Ik zou graag willen weten welke hooligan een gepaste stilte houdt op 4 mei en ook nog weet waarom dat is. De slappe grap over een nieuw bombardement wordt veel te serieus genomen. Het is een stok om mee te kunnen slaan. Ik hoor in de contreien van Feyenoord nooit iemand treuren om de gevallenen in de oorlog. Sterker nog, de humor in de Kuip is net zo venijnig: ‘En wie niet springt, die is een jood.’
Rotterdam heeft de gevolgen van het bombardement (je zou kunnen zeggen dat de stad een stevige pot verloor van de Duitsers) eigenlijk formidabel overleefd. De stad richtte zich na het verlies letterlijk op. Ik loop er dagelijks rond. Zo om me heen kijkend, zou ik willen zeggen; de wederopbouw is aardig gelukt. Jammer dat de voetbalclub zo achterblijft, de laatste jaren.
Supporters die hun ploeg applaus geven bij verlies, zijn de weg kwijt. Feyenoord had de fans moeten laten zien dat je altijd en overal voetbalt om te winnen. En wat die andere clubs uit Enschede, Eindhoven en Amsterdam doen, moeten ze lekker zelf uitzoeken.
Een middelmatige voetbalclub die mijlenver verwijderd is van de Europese top en zwaar in de schulden zit,moet zich in de handen wrijven met een vijfde plaats in de competitie en een plek in de bekerfinale. Dat is voor een club waar het woord ‘verlies’ zo nadrukkelijk aan kleeft, pure winst.