22/12/2016

MET BADR HARI IN ROME

De oplaadkabel voor mijn bijna lege mobieltje was maar een halve meter lang. De hotelkamer in hartje Rome had één deugdelijk stopcontact, in de badkamer. Het was kwart over elf in de avond. Op mijn beeldschermpje bood een buitenlandse site een gratis livestream aan voor het ‘gevecht van de eeuw’: Badr Hari versus Rico Verhoeven. De accu had nog maar 2 procent over: dat werd opladen en kijken tegelijk.

Met lichte tegenzin kroop ik uit bed en ging naast de douche op de koude vloertegels zitten. Wakker blijven voor een paar rondjes kickboksen. Wat bezielde me? Was ik opgenaaid door de opgeklopte rivaliteit en de stoere taal tussen twee vechters?

Terwijl onverstaanbaar commentaar uit mijn oordopjes kwam, zag ik hoe Verhoeven de volle sporthal van Oberhausen betrad. Gekleed in een soort wielerbroek moest hij door een haag van fans. Ingeklemd tussen zijn helpers verscheen even later Badr Hari, met een serieuze oogopslag.

Een selfie met een kickbokser was goud waard.

Ik ben een liefhebber van het traditionele boksen. Dat trappen naar het hoofd en beuken met een knie hoeft voor mij niet. Maar kickboksen overschaduwt boksen al jaren in populariteit.

Fans willen bloed en gevaarlijke knock-outs zien, het betere knokwerk zoals dat tweeduizend jaar terug in Rome in de arena vertier was. En wie meer wilde, kon toen ook naar het Colosseum waar mensen voor de leeuwen werden geworpen.

Het slopen van het menselijk lichaam als volksvermaak.

Aanhangers van Hari knepen de afgelopen tijd een oogje toe als ze herinnerd werden aan de wandaden van de kickbokser. Hij wordt verdacht van mishandeling. Ach, hun Badr moest eerst maar eens dit partijtje zien te winnen.

Terwijl Hari naast de ring knielde om te bidden, trok de kou van de badkamertegels in mijn kont en voeten. Van mij mocht het gevecht snel beginnen.

Al in de tweede ronde was de partij afgelopen. Hari had een blessure aan zijn arm opgelopen. De pijn was hem niet aan te zien, hij leek nog het meest te balen van zijn aftocht. Verhoeven probeerde zijn rivaal in de ring te troosten. Als een stoere jongen die op het schoolplein per ongeluk zijn klasgenoot een bloedneus heeft geslagen.

Met kippenvel van de kou op mijn benen schoof ik weer in bed. De accu van mijn telefoon had niet geleden onder het live-verslag en stond alweer op 12 procent. In het steegje onder me hoorde ik vrolijke Italianen.

Er kwamen nog altijd bankbiljetten uit de geldautomaat van Monte dei Paschi.

Op het beeldschermpje las ik dat Badr Hari vermoedelijk een gebroken arm had. Dat hoorde er natuurlijk gewoon bij. Ik deed het mobieltje uit, sloot mijn ogen en was de knokpartij alweer vergeten.